ECLI:NL:CRVB:2008:BD2831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.G. Treffers
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bovenwettelijke werkloosheidsuitkering zelfstandige
Appellant, een voormalig leraar die een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering ontving, werd geconfronteerd met een terugvordering van €85.010,60 wegens onjuiste opgave van arbeidsuren als zelfstandige in de periode 2000-2005. De minister had de uitkering herberekend op basis van een discrepantie tussen de aan de belastingdienst opgegeven uren en de aan het UWV opgegeven uren.
Appellant stelde dat alleen directe werkuren als arbeidsuren moesten worden meegeteld, niet de indirecte uren zoals voorbereiding en reistijd. De Raad oordeelde dat ook deze indirecte uren onder het begrip arbeidsuren vallen omdat zij onmiskenbaar ten goede komen aan het beroep. Verder wees de Raad het beroep van appellant af dat de terugvordering disproportioneel was ten opzichte van het verdiende inkomen, omdat het BWOO alleen het aantal arbeidsuren als maatstaf hanteert.
De Raad bevestigde dat de minister bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 21 BWOO Pro, omdat appellant onverschuldigd was betaald. Het beroep van appellant dat hij te goeder trouw was, werd verworpen wegens het ontbreken van schriftelijke bevestiging van de vermeende afspraken met het UWV. De Raad vond dat de minister zijn discretionaire bevoegdheid correct had uitgeoefend en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Assen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €85.010,60 wegens onjuiste opgave van arbeidsuren door appellant.