ECLI:NL:CRVB:2008:BD2365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand voor crematiekosten na overlijden moeder
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de crematiekosten van haar moeder, waarvan de totale kosten € 5.429,41 bedroegen. Het College kende bijzondere bijstand toe tot een normbedrag van € 2.800, verminderd met een uitkering uit een uitvaartpolis, waardoor appellante een aandeel van € 442,23 werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de crematiekosten niet tot de noodzakelijke kosten van de overledene behoren, maar tot de passiva van de nalatenschap en dat erfgenamen ieder persoonlijk bijzondere bijstand kunnen aanvragen voor hun aandeel.
De Raad acht het normbedrag van € 2.800 gebaseerd op Nibud-gegevens niet onredelijk en ziet geen bijzondere omstandigheden die een hoger bedrag rechtvaardigen. Ook het feit dat de andere erfgenamen niet hebben bijgedragen, vormt geen reden voor extra bijstand aan appellante. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt het besluit van het College.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het College wordt bevestigd.