ECLI:NL:CRVB:2008:BD2362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens belemmering arbeidsinschakeling
Appellant ontvangt sinds 1992 bijstand en werd in 2005 door het College van burgemeester en wethouders van Groningen voor één maand met 20% gekort wegens belemmering van arbeidsinschakeling. Het College baseerde dit op artikel 18, tweede lid, van de WWB en artikel 9, derde lid, onder b, van de gemeentelijke Maatregelenverordening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant zich niet coöperatief opstelde tijdens het re-integratietraject bij Alexander Calder BV, weigering toonde om te solliciteren naar lager betaalde functies binnen zijn discipline en niet voldeed aan verzoeken om zijn sollicitatiebrieven aan te passen.
Gezien de lange duur van zijn werkloosheid en de re-integratie-inspanningen mocht van appellant een constructieve houding worden verwacht. De Raad stelt vast dat het College terecht de bijstand heeft verlaagd en dat de maatregel in overeenstemming is met de geldende wettelijke bepalingen. Er zijn geen dringende redenen om van de maatregel af te zien of deze te matigen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% wegens belemmering van arbeidsinschakeling wordt bevestigd.