ECLI:NL:CRVB:2008:BD2357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling bijstandsaanvraag wegens ontbreken gevraagde gegevens
Appellant diende op 21 april 2005 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College verzocht appellant om aanvullende gegevens, namelijk bankafschriften over de periode van 21 januari 2005 tot en met 20 april 2005, binnen een gestelde termijn te verstrekken. Appellant voldeed hier niet aan.
Het College stelde daarop de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door het College en vervolgens door de rechtbank Amsterdam bevestigd.
In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit onterecht was, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College terecht van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. De Raad benadrukte dat het inzicht in de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag noodzakelijk is voor een juiste beoordeling en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt niet in staat te zijn de gevraagde gegevens te overleggen.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de buiten behandelingstelling van de bijstandsaanvraag wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde bankafschriften.