ECLI:NL:CRVB:2008:BD2248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-voorschotten ondanks trage besluitvorming UWV
Appellant ontving vanaf 30 augustus 1999 een voorschot op een WAO-uitkering, welke later werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na hervatting van het werk in oktober 2000 stopte de betaling van voorschotten. Het UWV vorderde vervolgens onverschuldigd betaalde voorschotten terug, wat door appellant werd bestreden maar door de rechtbank en later door de Centrale Raad van Beroep werd afgewezen.
De Raad overwoog dat het UWV de beslissing op de uitkeringsaanvraag ruimschoots had vertraagd, wat leidde tot oneigenlijk gebruik van de voorschotregeling. Desondanks oordeelde de Raad dat terugvordering niet in strijd is met het fair play-beginsel, mede omdat appellant recht had op een WW-uitkering waar verrekening mee plaatsvond.
Hoewel het UWV een slordige en trage behandeling erkende en de verrekening met de WW-uitkering beperkt was, bleef de terugvordering gerechtvaardigd. De Raad gaf appellant de suggestie om een gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding in te dienen bij het UWV, maar bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van € 10.021,76 blijft in stand.