ECLI:NL:CRVB:2008:BD1877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijzondere bijstand voor verhuiskosten en woninginrichting
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van verhuizing en woninginrichting na een verhuizing binnen Alkmaar. Het College van burgemeester en wethouders wees dit verzoek af omdat de verhuizing wenselijk maar niet noodzakelijk was en geen sprake was van bijzondere omstandigheden. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde aan dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege het ontbreken van een aparte slaapkamer voor zijn dochter, dat de verhuizing onverwacht was en dat hij onvoldoende kon reserveren vanwege schulden en onderhoudsverplichtingen in Marokko. De Raad oordeelde dat verhuiskosten en woninginrichting behoren tot de periodiek of incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten en dat deze kosten in principe uit het inkomen moeten worden voldaan, bijvoorbeeld door reservering.
De Raad stelde dat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond die rechtvaardigen dat deze kosten niet uit de algemene bijstand en draagkracht konden worden voldaan. Schulden en onderhoudsverplichtingen kunnen niet worden afgewenteld op de WWB. Ook het beroep op artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten faalde wegens onvoldoende onderbouwing.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding tot veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor verhuiskosten en woninginrichting wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.