ECLI:NL:CRVB:2008:BD1711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. de Mooij
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslag over kwartalen voorafgaand aan vierde kwartaal 1999
Appellant, geboren in 1935 en sinds 1970 in Nederland, ontving een WAO-uitkering en later een AOW-uitkering. In 2000 vroeg hij kinderbijslag aan voor twaalf kinderen, welke aanvankelijk werd afgewezen omdat hij niet verzekerd was volgens de AKW. Na bezwaar werd kinderbijslag toegekend vanaf het vierde kwartaal van 1999, maar niet voor eerdere kwartalen.
Appellant verzocht om toekenning over ook eerdere kwartalen, verwijzend naar zijn beperkte taalvaardigheid en onwetendheid over de regelgeving, en een eerdere verkeerde mededeling van de Raad van Arbeid in de jaren tachtig. De Raad overwoog dat onbekendheid met de wet geen bijzonder geval vormt en dat appellant destijds bezwaar had kunnen maken tegen het vermeende besluit.
Daarom oordeelde de Raad dat geen aanleiding bestaat om aanspraken over eerdere kwartalen toe te kennen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van kinderbijslag over kwartalen vóór het vierde kwartaal van 1999 bevestigd.