ECLI:NL:CRVB:2008:BD1619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand seniorenbed wegens ondeugdelijke motivering
Appellanten dienden op 5 september 2005 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de kosten van een seniorenbed. Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht wees deze aanvraag op 1 december 2005 af, omdat zij meende dat er een voorliggende voorziening was via de zorgverzekeraar op basis van een medische indicatie.
Bij bezwaar op 12 april 2006 handhaafde het College de afwijzing, maar stelde ook dat niet kon worden beoordeeld of er sprake was van een voorliggende voorziening omdat een beslissing van de zorgverzekeraar ontbrak. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het College geen afstand had genomen van de oorspronkelijke motivering en dat het besluit van 12 april 2006 innerlijk tegenstrijdig en ondeugdelijk was. De Raad vernietigde het besluit en beval het College een nieuw besluit te nemen, waarbij ook sociale noodzaak moet worden beoordeeld. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit van het College tot afwijzing van bijzondere bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met beoordeling van sociale noodzaak.