ECLI:NL:CRVB:2008:BD0305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening WAO-uitkering wegens geen toename arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds september 1998 werkzaam als algemeen medewerker in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (WSW), maar staakte zijn werkzaamheden in maart 1999 wegens psychische klachten. Het UWV kende hem vanaf juli 2000 een WAO-uitkering toe, die later werd ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Diverse procedures volgden, waarbij de rechtbank en de Raad eerdere besluiten deels vernietigden en het UWV verzochten een nieuw besluit te nemen met inachtneming van alle relevante belastende factoren van de functie.
In het bestreden besluit van maart 2005 verklaarde het UWV het bezwaar tegen eerdere besluiten ongegrond, gesteund op arbeidskundige rapporten die concludeerden dat appellant zijn eigen werk kon verrichten zonder overschrijding van zijn belastbaarheid. De Raad oordeelde dat het UWV de belastende factoren van appellants maatmanfunctie adequaat had onderzocht en dat er geen sprake was van tijdsdruk of conflicterende eisen in zijn werkzaamheden.
Ook het beroep tegen het besluit van november 2004, waarin het UWV weigerde een WAO-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van een onafgebroken arbeidsongeschiktheid van 52 weken, werd ongegrond verklaard. De medische onderzoeken van het UWV werden als zorgvuldig en juist beoordeeld. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding werd afgewezen omdat het hoger beroep niet slaagde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak van de rechtbank Leeuwarden en oordeelde dat appellant geen recht heeft op heropening van zijn WAO-uitkering of op schadevergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te heropenen wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.