ECLI:NL:CRVB:2004:AR6566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering heropening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil over de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om de WAO-uitkering van gedaagde te heropenen. Gedaagde was sinds september 1998 werkzaam in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en staakte zijn werk in maart 1999 wegens psychische klachten. De WAO-uitkering werd toegekend in juli 2000 maar ingetrokken per oktober 2000 op basis van een medische en arbeidskundige beoordeling die stelde dat gedaagde geschikt was voor zijn eigen werk.
De rechtbank oordeelde dat de motivering van het besluit onvoldoende was omdat de arbeidsdeskundige niet voldoende onderzoek had gedaan naar de maximale belasting van het werk van gedaagde. Het Uwv stelde in hoger beroep dat alle Wsw-arbeid als maatmanarbeid geldt en dat gedaagde geschikt was voor deze arbeid, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid 0% zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de maatgevende arbeid de laatstelijk verrichte arbeid met alle belastende factoren is, ook binnen Wsw-verband. Het hof ziet geen reden om hiervan af te wijken en bevestigt dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is. Het hoger beroep wordt afgewezen en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt afgewezen en de weigering tot heropening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.