Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2008:BC7520

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/1943 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding griffierecht ongegrond verklaard

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Appellante stelde verzet in tegen deze beslissing en gaf aan dat zij het griffierecht wel had betaald, met het verzoek om een termijn om het verzet nader te onderbouwen.

De Raad heeft appellante meerdere malen de gelegenheid gegeven om nadere verzetsgronden in te dienen, maar hierop is niet gereageerd. Bij de zitting waren beide partijen niet aanwezig. De Raad oordeelde dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd die de eerdere uitspraak konden wijzigen.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 maart 2008.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

07/1943 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 20 februari 2007, 05/815 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 21 maart 2008
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 31 juli 2007 heeft de Raad het namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft L. Öz, werkzaam bij Aldoss Juridisch Informatie & Advies Bureau, namens appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 8 februari 2008, waar beide partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 31 juli 2007 berust hierop, dat het verschuldigde griffierecht eerst op 26 juni 2007 is bijgeschreven op de rekening van de Raad en derhalve niet binnen de in de brief van 7 mei 2007 gestelde termijn, welke eindigde op 4 juni 2007, is betaald.
In het verzetschrift heeft de gemachtigde van appellante aangegeven dat appellante kan bewijzen dat zij het griffierecht wel heeft betaald en daarbij een termijn verzocht om het verzet nader te onderbouwen.
Bij brieven van 12 september 2007 en 15 oktober 2007 heeft de Raad de gemachtigde van appellante in de gelegenheid gesteld nadere verzetsgronden in te dienen. De gemachtigde van appellante heeft op deze brieven niet gereageerd.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen gronden heeft aangevoerd die afbreuk doen aan de uitspraak waartegen appellante in verzet is gekomen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2008.
(get.) J. Janssen.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
TM