ECLI:NL:CRVB:2008:BC7410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en niet-verlenging tijdelijk dienstverband onderwijsassistent
Appellant was tijdelijk in dienst als onderwijsassistent bij de Stichting Scholengroep Noord- en Midden Zeeland van september 2004 tot augustus 2005. Na een beoordelingsgesprek in mei 2005 werd hem meegedeeld dat zijn dienstverband niet verlengd zou worden. Appellant maakte bezwaar tegen zowel de beoordeling als de beëindiging, maar dit werd bij besluit van 7 juli 2005 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat het besluit tot niet-verlenging door de voorzitter van de centrale directie was genomen, terwijl volgens het Managementstatuut het bevoegd gezag zelf op bezwaren moet beslissen. Dit betekende een onbevoegdheidsgebrek dat niet met terugwerkende kracht kon worden hersteld, waardoor het besluit vernietigd moest worden.
Desondanks oordeelde de Raad dat de stichting bereid was het besluit te bekrachtigen en dat de inhoudelijke beoordeling van het functioneren van appellant en de communicatieproblemen voldoende waren om het besluit in stand te laten. De Raad concludeerde dat de stichting in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat appellant niet aan de verwachtingen voldeed en dat het vertrouwen in voortzetting ontbrak.
De Raad wees ook het verweer af dat appellant niet tijdig schriftelijk was geïnformeerd, aangezien het besluit aangetekend was verzonden en appellant tijdig bezwaar had gemaakt. Verder waren klachten over de aard van de aanstelling en bezoldiging niet aan de orde in het bestreden besluit.
De Raad vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de stichting verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot niet-verlenging van het tijdelijke dienstverband wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de stichting het besluit inhoudelijk kan bekrachtigen.