ECLI:NL:CRVB:2008:BC7186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en mede-terugvordering bij bijstand
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van bijstandskosten door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage van betrokkene, vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met [J.], een alleenstaande ouder die bijstand ontving.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat appellant niet bevoegd was tot mede-terugvordering, maar de Centrale Raad van Beroep stelt vast dat betrokkene en [J.] hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en dat er sprake was van wederzijdse zorg, ondanks dat het oudste kind van [J.] gedurende een deel van de periode niet in Nederland woonde.
De Raad oordeelt dat de bijdrage van [J.] in de kosten van de woning niet als een zakelijke huur kan worden gezien, maar als een bijdrage aan de gezamenlijke huishouding. Hierdoor is appellant wel bevoegd tot mede-terugvordering op grond van artikel 59 van Pro de WWB.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 23 oktober 2006 en handhaaft het besluit van 19 september 2005. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Appellant is bevoegd tot mede-terugvordering van bijstandskosten en eerdere vernietigingen worden teruggedraaid.