ECLI:NL:CRVB:2008:BC7180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens door bezit auto’s
Appellante ontving bijstand van juni 1999 tot oktober 2003. Het College van Zoetermeer trok de bijstand in vanaf mei 2000 wegens het niet melden van vermogen in de vorm van auto’s, en vorderde de kosten terug. Appellant werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een deel van de terugvordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bezit van de auto’s wel tot het vermogen van appellante behoorde, ondanks dat de kentekenbewijzen niet op haar naam stonden. De Raad verwierp het verweer dat de auto’s aan haar vader toebehoorden.
Voor de periode van 1 september 2003 tot 5 oktober 2003, waarin appellanten bijstand ontvingen naar gehuwdennorm, oordeelde de Raad anders vanwege het faillissement van appellant. Hierdoor was het bezit van auto’s geen belemmering voor bijstand. Het besluit tot intrekking en terugvordering over die periode was daarom onterecht en werd vernietigd. Het College moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De Raad veroordeelde het College in de proceskosten en bepaalde dat de gemeente Zoetermeer het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 1 september 2003 tot 5 oktober 2003 wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.