ECLI:NL:CRVB:2008:BC6988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en beoordeling van het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die het bezwaar van betrokkene tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering gegrond verklaarde. De uitkering was ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 15%.
De rechtbank oordeelde dat het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) structurele tekortkomingen vertoonde op het gebied van inzichtelijkheid, verifieerbaarheid en toetsbaarheid. De Centrale Raad van Beroep heeft in het hoger beroep overwogen dat het nieuwe CBBS met de aangebrachte aanpassingen deze tekortkomingen voldoende heeft opgeheven, waarmee het systeem in beginsel aanvaardbaar is.
Desondanks blijft de Raad kritisch op de wijze waarop signaleringen met een 'G' door het CBBS worden behandeld. Deze signaleringen moeten van een afzonderlijke toelichting worden voorzien en in sommige gevallen is overleg met de verzekeringsarts noodzakelijk. Het standpunt van appellant dat nadere motivering achterwege kan blijven wordt niet onderschreven.
De Raad vernietigt daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat appellant opdraagt een nieuw besluit te nemen, bevestigt het overige en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit volledig in stand blijven. Tevens wordt een griffierecht van € 433,- aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels gegrond verklaard door vernietiging van het deel van de uitspraak dat een nieuw besluit op bezwaar vereist, terwijl de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.