ECLI:NL:CRVB:2008:BC6168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ingangsdatum beëindiging WAO-uitkering en terugvordering onverschuldigd betaalde uitkering
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen meerdere uitspraken van de rechtbank Maastricht over besluiten van het UWV inzake de vaststelling van het maatmaninkomen, de ingangsdatum van beëindiging van de WAO-uitkering en de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen.
De Raad bevestigt de uitspraak waarin is geoordeeld dat het maatmaninkomen correct is vastgesteld met toepassing van CBS-indexcijfers en dat het vakantiegeld en toeslagen bij het inkomen moeten worden meegerekend. De terugvordering van het bruto bedrag wordt niet onrechtmatig geacht vanwege fiscale regelgeving. Het beroep tegen deze uitspraak faalt.
Ten aanzien van de ingangsdatum van beëindiging van de WAO-uitkering oordeelt de Raad dat het UWV de uitkering niet mocht beëindigen per 1 oktober 2003, maar pas per 1 december 2003, waardoor het bezwaar van appellant gegrond wordt verklaard en het besluit wordt herroepen.
Wat betreft de terugvordering over de periode van 1 oktober 2003 tot en met 30 september 2004 stelt de Raad vast dat het bedrag van € 2893,42 niet juist is en stelt het vast op € 2361,16, waarbij de terugvordering niet mag betrekking hebben op oktober en november 2003. De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 maart 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt deels en vernietigt deels eerdere uitspraken, herroept besluiten van het UWV en stelt de terugvordering en uitkeringsperiode correct vast.