ECLI:NL:CRVB:2008:BC5895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV herziening WAO-uitkering wegens onzorgvuldige motivering
Appellant, voorheen werkzaam als lasser, ontving sinds 1989 een WAO-uitkering die in 2004 werd herzien van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Hij betwistte de juistheid van de vastgestelde medische beperkingen en de geschiktheid voor de voorgestelde functies. De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk maar ongegrond, waarbij het UWV de niet-aangetekende verzending van het besluit voor zijn rekening nam.
In hoger beroep bevestigt de Raad de ontvankelijkheid van het bezwaar en oordeelt dat appellant aannemelijk heeft gemaakt het besluit niet te hebben ontvangen. Medisch gezien zijn de beperkingen volgens de verzekeringsartsen juist vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met rug-, buik- en handklachten. Nieuwe medische stukken leiden niet tot een ander oordeel over de belastbaarheid.
De Raad stelt echter vast dat het UWV onvoldoende heeft aangetoond dat appellant geschikt is voor de voorgestelde functies, met name vanwege onduidelijkheid over aanpassingen en tegenstrijdigheden in de Functionele Mogelijkheden Lijst. Hierdoor is het besluit onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, wat leidt tot vernietiging van het besluit en de eerdere uitspraak. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de proceskosten aan appellant worden vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.