ECLI:NL:CRVB:2008:BC5119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In het kader van een heronderzoek werd zij opgeroepen om bankafschriften van een stichting waarvan zij bestuurslid was te overleggen. Appellante voldeed niet aan dit verzoek, waarop het College van burgemeester en wethouders de bijstand opschortte en later introk.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigde dat het College terecht de bankafschriften had opgevraagd vanwege mogelijke financiële verwevenheid tussen appellante en de stichting. Door het niet verstrekken van deze gegevens schond appellante haar inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Raad vond dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en dat het handelen van het College niet onredelijk was.
De Raad wees het beroep van appellante af en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.