ECLI:NL:CRVB:2008:BC4825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening Anw-uitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1987 een uitkering op grond van de Algemene Weduwen- en Wezenwet, omgezet in een Anw-uitkering per 1 juli 1996. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde na onderzoek vast dat appellante en [D.] op genoemde data een gezamenlijke huishouding voerden. Op basis hiervan werd de uitkering per 1 januari 1998 herzien tot 30% van het bruto-minimumloon.
Appellante betwistte dit besluit, onder meer door aan te voeren dat het sociaal recherche rapport onjuistheden bevatte en dat zij ten tijde van het huisbezoek medisch niet in staat was een verklaring af te leggen. De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellante en [D.] consistent en gedetailleerd waren, en dat het rapport rechtsgeldig was opgesteld door ambtenaren in functie.
Verder werd vastgesteld dat er geen sprake was van hulpbehoevendheid die de gezamenlijke huishouding rechtvaardigde en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door niet tijdig te melden dat [D.] bij haar woonde. Hierdoor was een te hoge uitkering toegekend, wat rechtvaardigde dat de Svb het besluit herzag.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde het vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de Anw-uitkering wegens gezamenlijke huishouding en verklaart het hoger beroep ongegrond.