ECLI:NL:CRVB:2008:BC4769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning WAO-uitkering wegens geschiktheid maatmanfunctie bevestigd
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot weigering van een WAO-uitkering aan een werknemer bij de gemeente Den Haag vernietigde. Het UWV had geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen omdat de werknemer niet zodanig beperkt was dat hij ongeschikt zou zijn voor zijn maatmanfunctie.
De Raad heeft het medisch onderzoek van de verzekeringsarts Mirza en de bezwaarverzekeringsarts Wever beoordeeld. Deze artsen concludeerden dat de werknemer beperkingen heeft, maar wel geschikt is voor zijn functie. De Raad vond dat het UWV zorgvuldig te werk was gegaan en dat de mening van de bedrijfsarts, die ongeschiktheid aannam, onvoldoende onderbouwd was. Ook was geen nieuw medisch onderzoek noodzakelijk.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV gegrond, waarmee het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering in stand bleef. De Raad vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en oordeelde dat de omschrijving van de maatmanarbeid correct was. De geschiktheid voor de maatmanarbeid leidde tot de conclusie dat er geen sprake was van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering blijft in stand.