ECLI:NL:CRVB:2008:BC4538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Intrekking minnelijke regeling en geen vaste aanstelling als ambtenaar
Appellant was vanaf 16 augustus 2002 tijdelijk in dienst bij de gemeente Roermond. Na beëindiging van deze tijdelijke aanstelling bereikten partijen op 16 augustus 2004 een minnelijke regeling, waarbij appellant als zelfstandige werkzaamheden zou verrichten. Het college formaliseerde deze regeling op 8 september 2004.
De Belastingdienst kwalificeerde de werkzaamheden van appellant als loon uit dienstbetrekking, wat leidde tot het besluit van het college op 21 december 2004 om de minnelijke regeling met terugwerkende kracht te laten vervallen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 12 december 2005 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om te oordelen over de civielrechtelijke arbeidsrelatie en vernietigde het besluit. De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het bezwaar tegen het vervallen verklaren van de minnelijke regeling niet-ontvankelijk werd verklaard en herroept het besluit van het college. De Raad bevestigt dat appellant geen vaste aanstelling als ambtenaar heeft verkregen en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De minnelijke regeling wordt met terugwerkende kracht ingetrokken, maar appellant heeft geen vaste aanstelling als ambtenaar verkregen.