ECLI:NL:CRVB:2008:BC2441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar politie wegens aanranding, belaging en huisvredebreuk
Appellant was sinds 1986 werkzaam bij de politieregio als hoofdagent. In 2003 deden twee vrouwelijke collega’s aangifte van aanranding door appellant. Hierop werd appellant buiten functie gesteld, geschorst en uiteindelijk ontslagen wegens plichtsverzuim, waaronder aanranding, belaging, huisvredebreuk en het zenden van ongewenste e-mails en sms-berichten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit tot ontslag, maar de korpsbeheerder verklaarde de bezwaren ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank dat op basis van de beschikbare gegevens overtuigend is vastgesteld dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan de verwijten.
De Raad oordeelde dat de gedragingen, ook al zijn sommige niet strafrechtelijk gekwalificeerd, plichtsverzuim opleveren en dat het ontslag niet onevenredig is gezien het stelselmatige karakter. Het beroep op een bedrijfscultuur waarin dergelijk gedrag normaal zou zijn, werd verworpen. Ook het onderzoek werd als objectief en onpartijdig beoordeeld.
Tot slot bevestigde de Raad het bestreden besluit en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim.