ECLI:NL:CRVB:2008:BC2413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- K. Zeilemaker
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en overschrijding vermogensgrens
Appellante ontving sinds juni 2000 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van informatie van de Belastingdienst over een vermogen van €16.775 op 31 december 2002, stelde het College een onderzoek in. Dit leidde tot de conclusie dat appellante op 31 december 2002 en 2003 over een vermogen beschikte dat hoger was dan de vermogensgrens en dat zij onvolledige inlichtingen had verstrekt door niet alle bankrekeningen te melden.
Het College trok de bijstand in voor de periodes 1 januari 2003 tot 25 augustus 2003 en 1 januari 2004 tot 14 juli 2004 en vorderde €18.580,29 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het tegoed was opgebouwd uit gespaarde bijstandsuitkering, belastingteruggaven en kinderbijslag, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
De Raad stelde vast dat appellante de op haar rustende inlichtingenverplichting had geschonden door niet alle bankrekeningen te melden. De Raad verwierp het beroep op haar psychische gesteldheid wegens gebrek aan medische onderbouwing. Het College was bevoegd tot intrekking en terugvordering conform artikel 54 en Pro 58 WWB. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; intrekking en terugvordering bijstand bevestigd wegens schending inlichtingenverplichting en overschrijding vermogensgrens.