ECLI:NL:CRVB:2008:BC2398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende onderzoek urencriterium zelfstandige
Appellant diende op 27 juli 2005 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Zeewolde wees de aanvraag bij besluit van 21 november 2005 af omdat appellant als zelfstandige werd aangemerkt en verwees naar het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het bezwaar tegen dit besluit werd bij besluit van 21 april 2006 ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad bevestigde dit in een uitspraak van 9 juni 2006. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan naar het urencriterium van 1225 uur per jaar waaraan appellant moest voldoen om als zelfstandige te worden aangemerkt. De enkele aanname dat appellant zijn bedrijfsactiviteiten voortzette was ontoereikend, temeer daar appellant ontkende in die omvang actief te zijn geweest. Verder bleek appellant geen administratie te hebben gevoerd, waardoor zijn financiële situatie niet inzichtelijk was. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad vernietigde het besluit van 21 april 2006 wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellant onvoldoende duidelijkheid had verschaft over zijn financiële situatie en bedrijfsactiviteiten. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en appellant kreeg het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 21 april 2006 wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.