ECLI:NL:CRVB:2008:BC2385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit hennepteelt
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering en werden door het College teruggevorderd op grond van niet gemelde werkzaamheden en inkomsten uit het telen van hennep in diverse periodes tussen 1997 en 1998. Het College had het bezwaar tegen de terugvordering gesplitst behandeld, wat in strijd was met artikel 7:11 Awb Pro. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 29 november 2005 had beoordeeld.
De Raad stelde vast dat het College zich uitsluitend baseerde op een verklaring van appellant uit 1999, maar dat de interpretatie van de inkomsten onjuist was. De feitelijke grondslag voor de terugvordering ontbrak voor de maanden juli, september, november 1997 en januari en maart 1998, en ook voor de periode mei tot en met november 1998 was de hoogte van de inkomsten niet correct vastgesteld.
De Raad vernietigde de besluiten van 14 september en 29 november 2005 en verklaarde het beroep gegrond. Het College werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De besluiten tot herziening en terugvordering van bijstand worden vernietigd en het College dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.