ECLI:NL:CRVB:2008:BC2185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen na opname in verpleeghuis en duurzaam gescheiden leven
Betrokkene ontving een AOW-pensioen volgens de gehuwdennorm en werd in juli 1996 opgenomen in een verpleeghuis. Appellant, de Sociale verzekeringsbank, ontving in 1996 een adreswijziging die de opname bevestigde, maar onderzocht niet of sprake was van duurzaam gescheiden leven. Pas in 2002 werd het pensioen herzien met ingang van juli 2001 naar de norm voor een alleenstaande.
Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht om herziening met terugwerkende kracht vanaf juli 1996. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, omdat duurzaam gescheiden leven al vanaf 1996 bestond en betrokkene meerdere pogingen had gedaan om informatie te verkrijgen.
In hoger beroep stelde appellant dat er geen bijzonder geval was voor terugwerkende kracht vóór juli 2001 en dat de wijziging in leefsituatie pas in 2002 was gemeld. De Raad oordeelde dat de adreswijziging in 1996 een signaal had moeten zijn om onderzoek te doen naar duurzaam gescheiden leven. Omdat appellant dit niet deed, was het besluit niet zorgvuldig genomen en werd de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het AOW-pensioen is terecht vanaf juli 2001 herzien naar de norm voor een alleenstaande en het bestreden besluit wordt vernietigd.