ECLI:NL:CRVB:2008:BC2165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen wegens duurzaam gescheiden leven na opname echtgenote in verpleeghuis
Betrokkene ontvangt een AOW-pensioen naar de gehuwdennorm. In juli 1996 werd zijn echtgenote opgenomen in een verpleeghuis, waarvan appellant in dat jaar op de hoogte werd gesteld via een adreswijziging. In 2002 wijzigde appellant het AOW-pensioen van betrokkene met ingang van 1 juli 2001 naar de alleenstaandennorm. Betrokkene maakte bezwaar en verzocht om herziening met terugwerkende kracht vanaf juli 1996.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de opname van de echtgenote een duurzaam gescheiden leven betekende en dat betrokkene wel degelijk pogingen had gedaan om informatie over herziening te verkrijgen. Appellant stelde in hoger beroep dat geen bijzonder geval was aangetoond voor terugwerkende kracht vóór juli 2001.
De Raad oordeelde dat appellant na ontvangst van de adreswijziging in 1996 had moeten onderzoeken of sprake was van duurzaam gescheiden leven en dat het nalaten daarvan een gebrek aan zorgvuldigheid vormde. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad wees een proceskostenveroordeling af en legde een griffierecht op aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van het AOW-pensioen wordt vernietigd wegens gebrek aan zorgvuldigheid bij het nalaten van onderzoek naar duurzaam gescheiden leven.