ECLI:NL:CRVB:2008:BC1743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering BWOO-uitkering wegens verblijf in het buitenland
Appellant, voormalig docent en ontvanger van een BWOO-uitkering sinds 1 januari 1996, kreeg zijn uitkering beëindigd over meerdere periodes vanwege verblijf in het buitenland. De minister stelde de uitkering op nihil over 19 periodes en vorderde onterecht betaalde bedragen terug. Na bezwaar werden enkele periodes gehandhaafd en het terugvorderingsbedrag aangepast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde aan minder in het buitenland te zijn geweest dan aangenomen en betwistte de betrouwbaarheid van het rapport waarop de minister zich baseerde. De Raad oordeelde dat de verklaringen in het rapport als juist mogen worden aangenomen, tenzij bewijs van druk of onjuistheid wordt geleverd, wat niet het geval was.
De Raad stelde vast dat de minister het aantal periodes onjuist had vastgesteld, onder meer omdat vakantieperiodes en re-integratieactiviteiten niet juist waren meegewogen. Ook was het terugvorderingsbedrag onjuist vermeld. De Raad vernietigde de bestreden besluiten en de uitspraak van de rechtbank, en droeg de minister op nieuwe besluiten te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De bestreden besluiten en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de minister wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen.