ECLI:NL:CRVB:2008:BC1705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens duurzaam verstoorde arbeidsverhouding ondanks overschrijding redelijke termijn
Appellante was sinds 1980 werkzaam bij het parket van ’s-Hertogenbosch en kreeg in 1997 te horen dat zij vanwege organisatorische wijzigingen niet in haar functie kon blijven werken. Door verstoorde verhoudingen met collega’s en haar chef ontstond een impasse, waarna zij buitengewoon verlof kreeg en uiteindelijk eervol ontslag met ingang van 1 april 2000. De minister wijzigde later de grondslag van het ontslag in duurzaam verstoorde verhoudingen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van een verstoorde arbeidsverhouding, dat haar een terugkomgarantie was toegezegd en dat de minister de redelijke termijn voor besluitvorming had overschreden. De Raad oordeelde dat de arbeidsverhouding reeds in 1998 ernstig verstoord was en dat de impasse voortduurde. De brief van 1 april 1998 bevatte geen terugkomgarantie. De Raad bevestigde dat de minister de ingangsdatum van het ontslag mocht handhaven.
De Raad constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van ruim zeven jaar tussen het bezwaar en de uitspraak, waarbij de minister een onaanvaardbaar lange termijn had genomen. Omdat appellante echter geen schadevergoeding had verzocht, volstond de Raad met de constatering van de termijnoverschrijding. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het ontslag wegens duurzaam verstoorde arbeidsverhoudingen wordt bevestigd ondanks overschrijding van de redelijke termijn zonder toekenning van schadevergoeding.