ECLI:NL:CRVB:2008:BC1462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering overneming loonbetalingsverplichting door UWV op grond van betalingsonwil
Appellant, voormalig enig aandeelhouder van een onderneming, diende een aanvraag in bij het UWV voor overneming van de loonbetalingsverplichting op grond van de Werkloosheidswet (WW), nadat de werkgever vanaf 29 augustus 2003 geen loon meer betaalde. Het UWV wees de aanvraag af omdat de werkgever statutair in Luxemburg was gevestigd en geen vestiging in Nederland had, en later omdat er geen sprake was van betalingsonmacht maar van betalingsonwil.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van betalingsonmacht. Appellant voerde in hoger beroep aan dat omstandigheden zoals een ingetrokken faillissementsaanvraag en de opheffing van de onderneming wegens gebrek aan baten wel degelijk wijzen op betalingsonmacht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op 29 augustus 2003 geen sprake was van faillissement of surséance van betaling, en dat de bedrijfsactiviteiten nog werden voortgezet. Er was geen blijvende toestand van opgehouden hebben te betalen, maar eerder betalingsonwil. Appellant had onvoldoende feiten aangevoerd die het UWV tot nader onderzoek hadden moeten nopen. Daarom was de weigering van het UWV terecht en werd het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het UWV tot overneming van de loonbetalingsverplichting wordt bevestigd.