ECLI:NL:CRVB:2007:BC0044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering en verjaring niet ambtshalve toepasbaar
Betrokkene ontvangt sinds 1977 een WAO-uitkering en verrichtte vanaf 1997 werkzaamheden zonder melding van inkomsten. Appellant stelde een onderzoek in na een fraudemelding en vorderde terugbetaling van te veel betaalde uitkeringen over 1997-2004.
De rechtbank oordeelde dat de terugvordering deels verjaard was en beperkte het terug te vorderen bedrag. In hoger beroep betwistte appellant deze verjaringsgrondslag, stellende dat de verjaring tijdig was gestuit met het terugvorderingsbesluit van 2004.
De Raad overwoog dat verjaring geen openbare orde is en niet ambtshalve mag worden toegepast. Omdat betrokkene geen beroep op verjaring had gedaan, was het oordeel van de rechtbank strijdig met artikel 8:69 Awb Pro. De Raad vernietigde het vonnis en verklaarde het beroep tegen de terugvordering ongegrond, bevestigend dat appellant terecht terugvordering toepast.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het ambtshalve toepassing van verjaring betreft.