ECLI:NL:CRVB:2007:BB9743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking aanvraag bijstand na gesprek met sociale rechercheurs
Betrokkene vroeg op 3 mei 2006 bijstand aan op grond van de WWB. Op 2 juni 2006 vond een gesprek plaats met sociale rechercheurs, waarbij betrokkene een verklaring ondertekende waarin hij zijn aanvraag introk vanwege een ander hoofdverblijfadres. Later maakte betrokkene bezwaar tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanvraag was ingetrokken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onvoldoende duidelijk was onder welke omstandigheden de intrekking had plaatsgevonden, mede omdat er geen ondertekend proces-verbaal van het gesprek was en betrokkene stelde onder druk te zijn gezet. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar ontvankelijk en vernietigde het besluit.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel en benadrukt dat bij vermoedens van fraude sociale recherche mag interveniëren, maar dat het bestuursorgaan moet bewijzen dat intrekking vrijwillig en zonder druk is gebeurd. Dit bewijs ontbrak, waardoor de intrekking niet tegen betrokkene kon worden tegengeworpen. Ook de latere nieuwe aanvraag betekent niet dat de eerdere intrekking rechtsgeldig was.
De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten en beveelt een inhoudelijke beslissing op de oorspronkelijke aanvraag binnen korte termijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bezwaar van betrokkene wordt ontvankelijk verklaard; appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.