ECLI:NL:CRVB:2007:BB8967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en gematigde terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen halfwezenuitkering
Appellanten ontvingen bijstand van november 1998 tot november 2003. Na een gegevensvergelijking met de Belastingdienst startte het College een onderzoek naar de rechtmatigheid van de verleende bijstand. Uit dossieronderzoek en informatie van de Sociale verzekeringsbank bleek dat appellanten een halfwezenuitkering ontvingen die zij niet hadden opgegeven.
Het College herzag de bijstand over de periode juli 2001 tot november 2003 en besloot tot terugvordering van €10.038,55 bruto. Na bezwaar matigde het College de terugvordering tot €5.992,85 netto vanwege nalatig handelen, omdat appellante bij hercontroles giroafschriften had overlegd waaruit inkomsten bleken.
De Raad oordeelt dat appellanten de inlichtingenverplichting schonden door de halfwezenuitkering niet op te geven, en dat het College terecht de bijstand herzag en terugvorderde. De beleidsregel van het College om bij niet-nakoming van de inlichtingenverplichting terugvordering toe te passen, wordt als redelijk beschouwd. Er zijn geen dringende of bijzondere redenen om hiervan af te wijken. De gematigde terugvordering wegens nalatig handelen van het College is gerechtvaardigd.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Maastricht en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en gematigde terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd.