ECLI:NL:CRVB:2007:BB8966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonend gehandicapt kind
Appellante heeft een tegemoetkoming aangevraagd op grond van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (TOG). De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende de tegemoetkoming toe met ingang van het vierde kwartaal van 2003, terwijl de aanvraag werd ingediend op 9 november 2004. Appellante maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum, stellende dat zij door haar persoonlijke omstandigheden en het gebrek aan informatie van hulpverlenende instanties niet eerder op de hoogte was van de regeling.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad overweegt dat de TOG bepaalt dat de tegemoetkoming niet eerder kan ingaan dan één jaar voorafgaand aan het kwartaal van aanvraag, tenzij sprake is van een bijzonder geval. De omstandigheden van appellante, waaronder haar alleenstaand moederschap en beperkte sociale contacten, vormen geen bijzonder geval. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat hulpverlenende instanties haar niet tijdig hebben geïnformeerd.
Verder is het beroep op het gelijkheidsbeginsel ongegrond, omdat geen ongelijke behandeling van gelijke gevallen is vastgesteld. De Raad concludeert dat het hoger beroep faalt en bevestigt de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de tegemoetkoming blijft één jaar voor het kwartaal van aanvraag.