ECLI:NL:CRVB:2007:BB8681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.M. van Male
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door auto
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB. Het College beëindigde de bijstand en trok deze terug over de periode van 10 augustus 2005 tot en met 31 augustus 2005 vanwege het bezit van een auto ter waarde van €10.000, wat de vermogensgrens overschreed. Appellant had dit bezit niet gemeld en stelde een schuld van €7.000 aan zijn broer ter financiering van de auto, welke hij niet voldoende aannemelijk maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat schulden alleen in aanmerking kunnen worden genomen als het bestaan en de terugbetalingsverplichting voldoende aannemelijk zijn gemaakt. De schuldbekentenis van appellant voldeed hier niet aan, mede vanwege het ontbreken van objectieve en verifieerbare gegevens en de onrealistische aflossingsperiode.
Het College handelde binnen haar bevoegdheid op grond van artikel 54 WWB Pro door de bijstand in te trekken en op grond van artikel 58 WWB Pro door de kosten terug te vorderen. De beleidsregels van het College zijn redelijk en rechtvaardigen intrekking en terugvordering bij niet-nakoming van de inlichtingenplicht. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.