ECLI:NL:CRVB:2007:BB8306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten
Appellante ontving sinds 2000 bijstand als alleenstaande. Naar aanleiding van een signaal van de Belastingdienst over 2002 bleek dat zij meer inkomsten had ontvangen dan opgegeven. Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht vroeg nadere informatie bij het uitzendbureau waar appellante werkte. Op basis van deze gegevens herzag het College in 2005 het recht op bijstand en vorderde de teveel ontvangen bijstand over diverse maanden in 2002, 2003 en 2004 terug.
Appellante voerde bezwaar aan en stelde dat zij in de betreffende maanden geen werk heeft verricht en geen kasbetalingen heeft ontvangen. De Raad oordeelde echter dat de verklaring van het uitzendbureau een nadere specificatie was en geen wijziging, en dat appellante onvoldoende bewijs leverde voor haar stelling. De Raad concludeerde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en dat het College terecht de bijstand herzag en terugvorderde.
Het College handhaafde het besluit en wees een verzoek tot vergoeding van kosten af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat de Centrale Raad van Beroep bevestigde. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het terugvorderingsbeleid af te wijken. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet opgegeven inkomsten.