ECLI:NL:CRVB:2007:BB8061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant, een Marokkaanse werknemer die sinds 1974 legaal in Nederland verbleef, meldde zich in maart 1998 ziek wegens ademhalingsklachten. Hij vroeg in 1999 een WAO-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Diverse medische onderzoeken en rapportages concludeerden dat appellant slechts lichte beperkingen had en geschikt was voor zijn werk als schoonmaker.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en voerde onder meer aan dat de medische beoordeling niet op de juiste datum was gebaseerd en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische conclusies ook voor de relevante datum van toepassing waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en stelde dat de procedure onredelijk lang had geduurd, wat hem schade had berokkend. De Raad oordeelde dat het UWV een onaanvaardbaar lange termijn had genomen voor de besluitvorming, wat het recht op een redelijke termijn schond. Daarom vernietigde de Raad het besluit, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van immateriële schade van € 2.000 en proceskosten.
De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand, zodat appellant geen uitkering werd toegekend, maar het UWV werd gesanctioneerd voor de procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en het UWV wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.