ECLI:NL:CRVB:2007:BB8000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens ontbreken causaal verband gezondheidsklachten uitzending Cambodja
Appellant, een militair uitgezonden naar Cambodja in het kader van een VN-vredesmissie, vordert schadevergoeding voor gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn uitzending en het gebruik van het anti-malariamedicijn mefloquine (Lariam). De staatssecretaris van Defensie wees het verzoek af wegens het ontbreken van een causaal verband tussen de uitzending en de klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn klachten daadwerkelijk door de uitzending zijn veroorzaakt. Wetenschappelijke onderzoeken, waaronder het Post-Cambodja Klachten Onderzoek, konden geen eenduidige somatische verklaring vinden.
Hoewel het Stappenplan Keuringstraject CKc rechtspositionele voorzieningen mogelijk maakt zonder causaliteit aan te tonen, is dit niet van toepassing op aansprakelijkheidsclaims. De Raad oordeelt dat de staatssecretaris terecht het verzoek om schadevergoeding heeft afgewezen.
Wel wordt vastgesteld dat de procedure onredelijk lang heeft geduurd, waardoor appellant immateriële schade heeft geleden. Daarom vernietigt de Raad de eerdere uitspraak, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. De Staat wordt veroordeeld tot een vergoeding van € 500,- voor de overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de Staat wordt veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van € 500,- wegens overschrijding redelijke termijn.