ECLI:NL:CRVB:2007:BB7928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na medisch onderzoek door het ACAG en een arbeidsdeskundige beoordeling door het Uwv werd de uitkering herzien naar een mate van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar behandelend orthopeed een medisch objectiveerbare oorzaak had vastgesteld voor haar beperkingen en dat de rechtbank ten onrechte de verklaring van de huisarts had genegeerd. Tevens stelde zij dat het rapport van het ACAG tegenstrijdigheden bevatte.
De Raad overwoog dat er onvoldoende aanknopingspunten waren om het medisch oordeel van de bezwaarverzekeringsarts te verwerpen. De Raad onderschreef het standpunt dat de huisartsverklaring niet met objectieve medische gegevens was onderbouwd. Ook de kritiek op de FCE werd met terughoudendheid beoordeeld. De arbeidskundige beoordeling werd eveneens bevestigd.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De WAO-uitkering van appellante blijft derhalve herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt verworpen.