ECLI:NL:CRVB:2003:AF5510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WAO-uitkering op grond van zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, werkzaam als meewerkend voorvrouw, vroeg een hogere WAO-uitkering aan wegens vermeerde arbeidsongeschiktheid. Na een eerste toekenning van een uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, maakte zij bezwaar tegen dit besluit. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep werd onder meer aangevoerd dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek ontoereikend was en dat de belastbaarheid niet op medisch verantwoorde wijze was vastgesteld.
De Raad overwoog uitgebreid de medische rapporten van verzekeringsarts Van der Stoep, de neuroloog en de bezwaarverzekeringsarts Weegink, evenals de arbeidskundige rapporten. De Raad stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd volgens de destijds geldende richtlijnen en dat de belastbaarheidsprofielen adequaat waren vastgesteld. Ook de door appellante ingebrachte aanvullende methodieken (zoals Functional Capacity Evaluation) werden met terughoudendheid beoordeeld vanwege hun beperkte wetenschappelijke onderbouwing.
De Raad concludeerde dat noch het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, noch de vaststelling van de belastbaarheid of de beoordeling van de resterende functies onzorgvuldig of onjuist was. Het bestreden besluit kon daarom in stand blijven. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering blijft in stand.