ECLI:NL:CRVB:2007:BB7853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedifferentieerde WAO-premie wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van een gedifferentieerde premie voor de WAO door het UWV, gebaseerd op de arbeidsongeschiktheid van een werknemer. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het medische oordeel van het UWV als juist beoordeelde. In hoger beroep beperkte appellante zich tot grieven over de medische beoordeling, stellende dat de rechtbank een onjuiste maatstaf hanteerde en dat de medische beoordeling onvoldoende zorgvuldig en onderbouwd was.
De Raad overwoog dat de rechtbank het onderzoek zorgvuldig had uitgevoerd en het medisch oordeel juist had bevonden, zonder een onjuiste toets toe te passen. Wel stelde de Raad vast dat de onderbouwing van het medische oordeel onvoldoende was, omdat belangrijke medische gegevens ontbraken en er geen duidelijke samenhang was tussen de beperkingen en de klachten van de werknemer.
De Raad concludeerde dat het besluit van het UWV strijdig was met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het bestreden besluit. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met een voldoende onderbouwing van de arbeidsongeschiktheid. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderbouwing van de medische beoordeling.