ECLI:NL:CRVB:2007:BB7478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende medisch onderzoek
Appellante, voormalig keukenmedewerkster, ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door hypothyreoïdie en depressieve klachten. In 2003 werd haar uitkering herzien op basis van medisch onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige, wat leidde tot een verlaging van haar uitkering. Appellante stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, mede omdat geen psychiatrisch specialist was geraadpleegd.
De Raad constateerde dat appellante sinds kort voor haar psychische klachten onder behandeling was van een psychiater en dat het UWV geen aanvullend psychiatrisch onderzoek had laten verrichten gericht op de datum van het herzieningsbesluit. Dit maakte het besluit onzorgvuldig en strijdig met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigt deze uitspraak en het bestreden besluit.
De Raad beveelt het UWV aan een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medisch-specialistisch onderzoek.