ECLI:NL:CRVB:2007:BB6913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonsgebonden budget wegens langdurig verblijf in AWBZ-instelling
Appellante, die sinds mei 2004 in een AWBZ-instelling verblijft, vroeg bij het Zorgkantoor een persoonsgebonden budget aan voor verschillende zorgfuncties, behalve voor langdurig verblijf. Het Zorgkantoor wees deze aanvraag af op grond van de Regeling Subsidies AWBZ en Ziekenfondswet, die het verlenen van een persoonsgebonden budget aan verzekerden die langdurig in een AWBZ-instelling verblijven, uitsluit.
Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing. Zij voerde aan dat het Zorgkantoor haar aanvankelijk een persoonsgebonden budget had toegekend en dat het terugkomen op deze toezegging in strijd was met beginselen van behoorlijk bestuur en internationale verdragsbepalingen. Tevens stelde zij dat de rechtbank onterecht geen gehoor had gegeven aan haar verzoek om een getuige op te roepen.
De Raad oordeelde dat de brief van het Zorgkantoor van 24 januari 2005 geen besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget inhield en dat het Zorgkantoor terecht de aanvraag afwees. De Raad stelde vast dat het procesrecht van de Awb niet voorziet in het bevelen van het ophalen van een niet verschenen getuige en verwierp het beroep op schending van het recht op een eerlijk proces. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen persoonsgebonden budget was toegekend. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.