ECLI:NL:CRVB:2007:BB6610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beëindiging vergoeding vervoersvoorziening eigen auto wegens overschrijding inkomensgrens
Appellante ontving sinds 1994 een vervoersvoorziening in de vorm van een vergoeding voor het gebruik van haar eigen auto op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch beëindigde deze vergoeding per 1 oktober 2005 omdat het inkomen van appellante hoger was dan de geldende inkomensgrens. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit, waarbij werd aangenomen dat het netto-inkomen van appellante boven het norminkomen lag en zij haar vervoerskosten zelf kon dragen.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College terecht het recht op vergoeding heeft beëindigd omdat het inkomen van appellante hoger is dan 1,5 keer het norminkomen. De Raad stelt echter vast dat het College ten onrechte geen overgangstermijn van zes maanden heeft gehanteerd zoals voorgeschreven in de Verordening voorzieningen gehandicapten 2005. Hierdoor vernietigt de Raad het deel van de uitspraak waarin de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten en bepaalt dat de vergoeding met ingang van 26 maart 2006 wordt beëindigd.
Daarnaast concludeert de Raad dat de beleidsregels van het College omtrent de vaststelling van het norminkomen als redelijk en niet strijdig met de Wvg moeten worden beschouwd. De hardheidsclausule wordt niet van toepassing geacht en er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Tot slot wordt het griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De vergoeding in de kosten van het gebruik van een eigen auto wordt met ingang van 26 maart 2006 beëindigd wegens overschrijding van de inkomensgrens.