ECLI:NL:CRVB:2007:BB6576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar bij overschrijding bezwaartermijn in AWBZ-indicatiezaak
Appellant maakte bezwaar tegen een AWBZ-indicatiebesluit van 4 maart 2004, verzonden op 5 maart 2004, met een bezwaartermijn die eindigde op 16 april 2004. Het bezwaar werd ingediend op 18 april 2004, na het verstrijken van de termijn.
De rechtbank had het bezwaar ontvankelijk verklaard omdat zij uitging van een verzenddatum 8 maart 2004, maar de Centrale Raad stelde vast dat het besluit op 5 maart 2004 was verzonden. De Raad beoordeelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het bezwaar en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
Daarom vernietigde de Raad het besluit van 29 december 2004 dat het bezwaar ongegrond verklaarde en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens werd CIZ veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het AWBZ-besluit van 4 maart 2004 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.