ECLI:NL:CRVB:2007:BB6417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag langdurigheidstoeslag ten onrechte afgewezen wegens beleidsmatige toepassing
Appellant, die sinds 1997 met onderbrekingen bijstand ontvangt, vroeg op 10 januari 2005 een langdurigheidstoeslag aan op grond van artikel 36 van Pro de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage wees deze aanvraag op 12 januari 2005 af en handhaafde dit besluit bij bezwaar op 13 april 2005. De afwijzing was gebaseerd op het beleid dat personen aan wie in de referteperiode een maatregel wegens belemmering van arbeidsinschakeling is opgelegd, niet voldoen aan de voorwaarde van voldoende arbeidsinzet.
In de referteperiode was de partner van appellant, [Z.], een maatregel opgelegd wegens langer verblijf in het buitenland dan toegestaan, waardoor volgens het College de arbeidsinschakeling werd belemmerd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat [Z.] ten tijde van de maatregel en daarna was vrijgesteld van arbeidsinschakelingsverplichtingen vanwege een inburgeringstraject en dat het langer verblijf in het buitenland haar scholing en kansen op de arbeidsmarkt niet concreet had belemmerd.
De Raad concludeerde dat het College onterecht niet van het beleid was afgeweken en dat het besluit van 13 april 2005 vernietigd moest worden. Het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.