ECLI:NL:CRVB:2007:BB6227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- G. van der Wiel
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor kosten zwangerschap en bevalling
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van €1.988,45 die het Jeroen Bosch Ziekenhuis factureerde voor zwangerschap en bevalling. Deze kosten werden niet vergoed door haar ziektekostenverzekeraar omdat zij niet verzekerd was tijdens de behandeling.
Het College van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af, wat door de rechtbank deels werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven. De rechtbank oordeelde dat artikel 13 lid 1 onder Pro f WWB toekenning van bijstand voor deze schuld in de weg staat en dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te wijken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat het gaat om een schuld die voor de aanvraagdatum aan appellante in rekening is gebracht en nog niet is voldaan. Er zijn geen zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 49 lid 1 onder Pro b WWB om bijzondere bijstand toe te kennen. Tevens is niet gebleken dat appellante geen aflossingsregeling met het ziekenhuis kon treffen.
Daarom is de weigering van bijzondere bijstand terecht en wordt het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand wegens ontbreken van zeer dringende redenen en mogelijkheid tot aflossingsregeling.