ECLI:NL:CRVB:2007:BB6197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vervanging of reparatie aangepaste keuken wegens ontbreken medische indicatie
Appellante had in 1988 een aangepaste keuken gekregen op grond van de Regeling Geldelijke Steun Gehandicapten. In 2004 verzocht zij het College om reparatie of vervanging van deze keuken op basis van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Na een huisbezoek concludeerde de Wvg-consulent dat de keuken nog bruikbaar was, op een defect handvat na waarvoor een kleine financiële tegemoetkoming werd toegekend.
Naar aanleiding van bezwaar vroeg het College advies aan het CIZ. De arts van het CIZ stelde dat er geen medische indicatie was voor een aangepaste keuken, omdat de klachten niet objectief konden worden vastgesteld en appellante binnenshuis niet rolstoelafhankelijk is. Een aanvullend onderzoek bevestigde dit oordeel, waarbij werd opgemerkt dat zittend maaltijdbereiding niet medisch noodzakelijk is en dat bepaalde voorzieningen anti-revaliderend zouden werken.
Het College verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit standpunt, stellende dat er geen medische gronden zijn voor vervanging of reparatie van de keuken en dat de keuken nog goed bruikbaar is. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij deze overwegingen en bevestigt de uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van vervanging of reparatie van de aangepaste keuken wordt bevestigd.