ECLI:NL:CRVB:2007:BB5935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken psychiatrische ziekte
Appellant, die sinds 1997 een WAO-uitkering ontving vanwege arbeidsongeschiktheid, werd in 2003 herbeoordeeld door het UWV. De medische rapporten van de zenuwarts Colon en verzekeringsarts Lemmers concludeerden dat er geen sprake was van een psychiatrische ziekte of beperking, waarop het UWV besloot de WAO-uitkering per 22 september 2003 in te trekken.
Appellant stelde bezwaar en liet zich onderzoeken door de psychiater Tilanus, die de eerdere conclusies bevestigde. De behandelend psychiater Peters stelde echter dat appellant leed aan schizofrenie, wat door Tilanus en het UWV werd betwist wegens gebrek aan objectieve medische onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat de indicatie van psychiatrische ziekte onvoldoende was onderbouwd en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep werd aanvullend psychologisch en psychiatrisch advies ingebracht, waaronder van Selten, die aanvankelijk een lichte depressie constateerde en later schizofrenie vermoedde, maar ook zonder overtuigende onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rapporten van Colon en Tilanus, die appellant uitvoerig onderzochten en geen aanwijzingen voor schizofrenie vonden, doorslaggevend waren. De Raad zag geen reden om het besluit van het UWV te herzien of een deskundigenonderzoek te gelasten en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van een psychiatrische ziekte.