ECLI:NL:CRVB:2007:BB5403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vordering studiefinanciering wegens meerinkomen uit sparen en beleggen met vruchtgebruik nalatenschap
De zaak betreft een hoger beroep van de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle die de vorderingen wegens meerinkomen uit sparen en beleggen van twee betrokkenen vernietigde. De betrokkenen hadden bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van hun toetsingsinkomen, omdat zij slechts bloot eigendom van een nalatenschap hadden met vruchtgebruik voor hun moeder, waardoor zij geen werkelijk voordeel uit het vermogen genoten.
De rechtbank oordeelde dat de hardheidsclausule in de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) niet voldoende was toegepast en vernietigde de besluiten. De IB-Groep stelde in hoger beroep dat de wetgever expliciet heeft gekozen om bloot eigendom niet uit te zonderen van de vermogenstoets en dat de belastingdienst terecht het forfaitaire voordeel uit sparen en beleggen had meegenomen.
De Raad overwoog dat de IB-Groep het toetsingsinkomen correct had berekend volgens artikel 3.17 WSF 2000 en dat de hardheidsclausule niet van toepassing was omdat de wetgever geen uitzondering voor bloot eigendom heeft bedoeld. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de betrokkenen ongegrond. Tevens oordeelde de Raad dat de IB-Groep terecht geen proceskostenveroordeling kreeg toegewezen.
Uitkomst: De vordering wegens meerinkomen uit sparen en beleggen wordt bevestigd en de beroepen van betrokkenen worden ongegrond verklaard.